Overnames Hoe financieren?

Overnamefinanciering: maak je huiswerk en zorg voor een goede mix

Een bedrijf overnemen vergt doorgaans een forse investering. Voldoende financiering vinden, zeker als het om wat grotere kredieten gaat, kan een hele opgave zijn. Bij nogal wat overnames loopt de financiering moeizaam. Het is niet uitzonderlijk dat er uitstel nodig is omdat de financiering niet (tijdig) rond geraakt. Een mix van financieringsvormen — gestapeld financieren — is vaak de beste route. Dat zegt Emmanuel Damman, hoofd bedrijfsleningen bij PMV.

Wanneer u als ondernemer overweegt om een bedrijf over te nemen, moet u natuurlijk inschatten welke prijs u daarvoor maximaal wil betalen, en binnen welke tijdspanne u die investering hoopt terug te verdienen. “Het is heel belangrijk om een goed zicht te krijgen op de waarde van de onderneming die u wil overnemen”, aldus Emmanuel Damman. “Wij raden elke overnemer aan om een accountant of financieel adviseur onder de arm te nemen. Maak uw huiswerk. Door een onderzoek van de boeken kan de waarde van de over te nemen onderneming correct worden ingeschat. Zo’n onderzoek versterkt ook uw dossier wanneer u bij PMV een beroep wil doen op (extra) financiering.” Vaak wordt de overnameprijs uitgedrukt in een veelvoud van de operationele cashflow of EBITDA van de onderneming. Overnemers betalen vandaag gemiddeld 6,7 keer de EBITDA, leert een Vlerick-onderzoek, terwijl dat in 2013 maar 5 keer was. “Het gaat goed met de economie en geld is goedkoop: het verklaart de hoge prijs voor overnames”, verklaart Damman.

Financieringsmix

De financieringswijze van de overnameprijs — een mix van eigen middelen en externe inbreng — is een belangrijke keuze. In eerste instantie zal u als overnemer uw eigen liquide middelen moeten aanspreken vooraleer u bij de bank aanklopt om extra financiering. Eigen vermogen is een doorslaggevende factor voor de bank. Met eigen vermogen verankert u als overnemer uw financieel engagement en bewijst u uw geloof in de slaagkansen van het project. Niet iedereen heeft echter een gevulde bankrekening. En wie die wel heeft, wil misschien niet al zijn middelen aanwenden voor de aankoop van een onderneming. “Toch wordt doorgaans van een overnemer verwacht dat hij ongeveer een derde van de overnameprijs kan financieren door een eigen inbreng”, aldus Emmanuel Damman. Gelukkig zijn er verschillende manier om het eigen vermogen op te bouwen: naast een persoonlijke inbreng kunt u een beroep doen op financiële steun van vrienden, familieleden of financiële partners (business angels). Ook achtergestelde financieringen (die bij faling achtergesteld zijn op alle andere schulden van de vennootschap) worden door banken gerekend tot het ‘quasi’ eigen vermogen. Met voldoende (quasi) eigen vermogen kunt u dan vervolgens een traditionele banklening aangaan om de volledige overnamekost te kunnen betalen.

Vendor loan

Wie onvoldoende eigen inbreng kan voorleggen, kan opteren voor een verkoperskrediet of vendor loan om financiering door de bank mogelijk te maken. Het is een populaire vorm van betalingsuitstel waarbij de koper een deel van de overnameprijs op termijn betaalt, in de vorm van een lening. Precies de helft van de overnamedeals (minder dan 5 miljoen euro) maakten in 2017 gebruik van de constructie, leert de Vlerick-studie. Hoe werkt het? Stel dat vier managers het bedrijf waarin zij werken, willen overnemen van de eigenaar. Wanneer de vraagprijs, bijvoorbeeld, 925.000 euro bedraagt en de vier managers elk maar 37.500 euro op tafel kunnen leggen (in totaal dus 150.000 euro) dan vertegenwoordigt hun aandeel slechts 16 % (150.000/925.000 euro) van de vraagprijs: te weinig om de bank te overtuigen. Met een vender loan van 150.000 euro aan de managers stijgt het (quasi) eigen vermogen tot 300.000 euro (150.000 euro x 2), zijnde 32 %. Dat is genoeg om de overige 625.000 euro te verkrijgen van de bank. “Een vendor loan is een goedkope manier om het eigen vermogen te verhogen en het krediet bij de bank te beperken. De verkoper blijft betrokken en kan bovendien rekenen op een rendement: een voordeel voor beide partijen”, aldus Damman.

Oplossingen van PMV

Maar ook PMV/z biedt verschillende — te combineren! — oplossingen om voldoende bankfinanciering te kunnen genereren: een kapitaalsinbreng of (achtergestelde) lening, maar ook een waarborg. Zo’n waarborg biedt de bank meer zekerheid wanneer u, als overnemer, onvoldoende garanties kunt bieden. “Voor welke vorm van financiering u ook kiest, een goede mix is heel belangrijk. Een evenwichtige financiering vermijdt dat u (vooral in de eerste moeilijke jaren) in de problemen geraakt met de afbetaling van uw bankschulden. In die situatie blijkt de bank niet altijd de aangenaamste gesprekspartner. Een te agressieve schuldstructuur leidt weleens tot slapeloze nachten”, weet Damman, die nog een voorbeeld geeft uit de vele overnamescenario’s die de Vlaamse investeringsmaatschappij mee hielp uitwerken. “Een ervaren manager en zijn echtgenote droomden van een eigen zaak en hadden hun oog laten vallen op een groothandel. Vraagprijs: 830.000 euro. Met een eigen inbreng van ‘slechts’ 80.000 euro leek de overname een verre droom. Een onbegonnen zaak? Toch niet. Dankzij een goede voorbereiding, een uitgekiend businessplan en de hefboom van verschillende financieringsoplossingen van PMV/z konden zij toch hun droom realiseren.”

Voordelige financiering

Damman vervolgt: “De beide ouders van het koppel waren bereid om hun kinderen elk 10.000 euro te lenen via een Winwinlening over een periode van 8 jaar en tegen een jaarlijkse rente van 2%. Dankzij het achtergestelde karakter werd zo de eigen vermogensbuffer voor de overname verstevigd. De ouders krijgen naast de rentevergoeding een jaarlijkse belastingvermindering van 2,5 % op het ontleende bedrag. Als de overname niet succesvol zou aflopen, kunnen ze bovendien 30 % van de lening via een éénmalige belastingvermindering recupereren. Het koppel deed verder een beroep op Cofinanciering (70.000 euro). Cofinanciering van PMV/z is een achtergestelde lening die altijd wordt gecombineerd met een andere (bank)financiering. De cofinancier moet instaan voor minstens 20 % van de globale financieringsbehoefte. PMV/z komt tussen voor maximaal 50 % van de globale investeringsbehoeften. Ten slotte deed het koppel een beroep op een waarborg van PMV/z: de bank bleek bereid om 660.000 euro te lenen, mits een overheidswaarborg van 450.000 euro. De totale jaarlijkse kostprijs van het krediet, inclusief de waarborgpremie, bedraagt 1,75 %. Met alle financieringsoplossingen kon het koppel voldoende middelen verzamelen, ondanks hun ‘beperkte’ eigen middelen. Bovendien kost het geld hun niet zo veel: de gemiddelde financieringskost bedraagt 2 %.”